Taart

‘Someone left the cake out in the rain...’

Over taarten, timing en de regen van verandering

Ken je dat nummer over die taart in de regen? Richard Harris zong het in 1967, en later maakte Donna Summer er een nog bekendere discoversie van; MacArthur Park.

Een nummer over een taart die in de regen staat en langzaam wegsmelt…

Best gek eigenlijk, een liedje over een smeltende taart. Maar laatst bedacht ik me dat het wel eens over meer zou kunnen gaan dan een fijne metafoor voor een verloren liefde.

Het zou wel eens over generaties kunnen gaan.

Stel je namelijk eens voor dat je een taart hebt gebakken. Een mooie taart met verschillende lagen. En dan begint het te regenen. Wat doe je dan?

De meeste mensen zouden de taart meteen naar binnen halen. Logisch, want niemand wil een doorweekte taart. Of toch wel?

Ik zal het uitleggen.

Kijk, uit recent onderzoek blijkt dat 87 procent van de jonge professionals flexibiliteit en een goede werk-privébalans als een van de belangrijkste factoren ziet bij het kiezen van een baan. Dat is best veel. Bijna 9 op de 10 jongeren dus. En toch doen we op de werkvloer vaak twee dingen fout: óf we proberen alles precies zo te houden als het was (de taart binnen zetten), óf we laten alle verandering maar op zijn beloop (de taart in de stromende regen laten staan).

Maar weet je wat grappig is? Als je mensen vraagt hoe ze taart eten, doet bijna niemand het laagje voor laagje. De meesten nemen gewoon een hap waarbij ze alle lagen tegelijk proeven. Sterker nog: dat is juist het lekkere van taart. De combinatie van smaken. De manier waarop het glazuur zich nét genoeg mengt met de vulling, en hoe de bodem het geheel compleet maakt. Let wel: nét genoeg. Niet tot het een soort waterige ellende op een bordje wordt.

Het doet me denken aan thee zetten. Te kort en je proeft niets, te lang en het wordt bitter. Er is een perfect moment waarop de smaken zich hebben gemengd maar de thee nog helder is. Zeg ik als verstokte cafeïne junk, maar dat terzijde.

Toch praten we op het werk heel anders over generaties. Daar zijn we voortdurend bezig met extremen. Of we houden de lagen zo gescheiden mogelijk, alsof elke generatie een apart laagje is dat vooral niet mag mengen met de rest. Of we gooien alles op één hoop en hopen maar dat het goed komt. Hier de Boomers, daar de Generation X, en oh ja, ergens bovenop een laagje Millennials met wat Gen Z-glazuur.

Uit onderzoek blijkt dat maar 55 procent van de jonge professionals vindt dat hun werkplek goed is afgestemd op hun persoonlijke waarden en ambities. Dat betekent dat bijna de helft zich niet helemaal thuis voelt. Alsof ze een stuk taart krijgen opgediend dat of nog bevroren is, of al helemaal is weggeregend.

Het is eigenlijk best raar als je erover nadenkt. We doen alsof generaties totaal verschillende soorten gebak zijn. De ouderen zijn degelijke appeltaart, de middengeneratie is een chocoladetaart, en de jongeren zijn een of andere hippe unicorn cake met regenboogkleuren. Maar als je goed kijkt, willen ze allemaal ongeveer hetzelfde: lekker werk, waardering, en de kans om iets te betekenen. Het gaat om de juiste mix.

62 procent van de jonge mensen wil een moderne, dynamische werkplek die hun persoonlijke waarden weerspiegelt. En 83 procent vindt een cultuur van inclusiviteit en open communicatie belangrijk. Maar nergens staat dat ze daarvoor per se een pingpongtafel of een ballenbak nodig hebben. Net zoals een goede taart niet per se tierelantijntjes nodig heeft om lekker te zijn. Het gaat om de juiste verhoudingen.

Het doet me denken aan die mensen die heel precies hun taart fotograferen voordat ze hem aansnijden. Alles moet er perfect uitzien. De lagen moeten precies recht zijn, het glazuur perfect glad. Maar zodra je begint met eten, zodra je echt gaat proeven, komt het echte genot. Dan maakt het niet meer uit hoe netjes die lagen er uitzagen - zolang ze maar niet helemaal door elkaar zijn gelopen.

Want dat is het geheim van een goede taart, en misschien wel van generaties op de werkvloer: timing. Net als bij het bakken zelf. Te kort in de oven en hij blijft deeg, te lang en hij verbrandt. Er is een perfect moment.

Je zou kunnen zeggen: het wordt tijd om die taart aan te snijden. Maar wel op het juiste moment.

Want als je goed kijkt naar organisaties waar jong en oud echt samenwerken; waar ze niet bang zijn voor een beetje menging maar ook niet alles door elkaar husselen, zie je iets bijzonders. Daar ontstaan nieuwe ideeën. Daar leren mensen van elkaar. Daar versmelt die schijnbaar zo belangrijke generatiekloof precies genoeg om nieuwe smaken te creëren, zonder dat het originele recept verloren gaat.

En misschien is dat wel precies wat we nodig hebben.

Dus de volgende keer dat iemand begint over generatieverschillen op het werk, zou ik zeggen: vraag eens hoe ze hun taart eten. Want niemand eet eerste alle bodem, dan alle vulling, en dan pas het glazuur. En ik ken ook niemand die hun taart pureert tot smoothie.

Misschien is een beetje regen precies wat we nodig hebben. Net genoeg om die strakke lagen wat zachter te maken. Om de smaken in elkaar te laten vloeien. Maar niet zó veel dat alles wegspoelt in een waterige brei, natuurlijk. Want dan blijft er helemaal niets meer over om van te genieten.

Of zoals mijn schoonmoeder altijd zegt als ze koekjes bakt: timing is alles.

Dus ja, laat die generaties maar een beetje mengen en sta toe dat er soms regen valt. Maar blijf wel proeven of het nog smaakt.

Young professional onderzoek 2024 lees je hier

Macarthur park door Donna Summer? Hier!

Vorige
Vorige

Siberisch

Volgende
Volgende

Choreografie